Gesprekstechnieken.

De sfeer van een sollicitatiegesprek hangt vaak af van de soorten vragen die men aan je stelt. En natuurlijk ook van de soorten vragen die jij terug stelt. In deze paragraaf worden een aantal soorten vragen eruit gelicht. Hierdoor krijgt je enig inzicht in de mogelijkheden zodat je beter kunt inspelen op de vragenstellers.

Open vragen
Een open vraag begint meestal met 'wat, hoe, waarom'.
De bedoeling van open vragen is om je 'aan het praten te krijgen'.
Enkele voorbeelden van open vragen:

 

  • wat kunt u mij over uzelf vertellen?
  • waarom wilt u voor onze organisatie werken?
  • hoe stelt u zich het functioneren in deze baan voor?

Gesloten vragen
Een vraag die in principe met een simpel ja of nee kan worden beantwoord, is een gesloten vraag. Dit soort vragen begint vaak met een werkwoord, zoals zijn, willen, hebben, doen, weten, denken..
Enkel voorbeelden:

  • heeft u begrepen wat de functie precies inhoudt?
  • is het u duidelijk dat ?
  • bent u bereid te verhuizen?

In een gesprek doet je er goed aan iets toe te voegen aan jouw ja of nee.
Bijvoorbeeld: "Ja, ik denk een goed beeld te hebben van de inhoud van de baan, als ik het goed begrepen heb dan zijn........... en............... de belangrijkste verantwoordelijkheden."

Suggestieve vragen
Een suggestieve vraag wordt zo gesteld dat het antwoord er eigenlijk al in besloten ligt. Ze worden vaak gebruikt om iemand uit de tent te lokken. Wees op je hoede bij suggestieve vragen. Probeer in te schatten wat de reden achter de vraag of opmerking is.
Enkele voorbeelden van suggestieve vragen en opmerkingen:

  • u heeft geen ervaring met grote organisatie?
  • u bent wel erg ambitieus, is het niet?
  • eigenlijk past u niet in het klimaat van de organisatie.
  • u bent wel erg vaak van baan verwisseld.

Het is belangrijk dat je geen negatieve zaken in de lucht laat hangen. Blijf de mogelijke bezwaren van de werkgever positief benaderen. Soms kunnen suggestieve vragen heel behulpzaam zijn, omdat ze laten doorschemeren wat het goede antwoord is in de ogen van de vragensteller. Bijvoorbeeld: "U zou er toch geen bezwaar tegen hebben om onder een vrouwelijk chef te werken?"

Een gedragsgerichte vraag heeft tot doel door te vragen naar het concreet gedrag van iemand. Niet: 'wat zou u doen' maar 'wat heeft u gedaan'. Voorbeelden hiervan zijn:

 

 

      • wat heeft u toen gedaan om dat probleem op te lossen?
      • hoe heeft u die lastige klant toch verder geholpen?
      • geef eens een voorbeeld van een persoonlijk succes en hoe is dat heeft bereikt?
      • moest u vaak overwerken? Hoe pakte u dat dan thuis aan?

Men probeert op die manier te kijken hoe jij in het verleden zaken hebt aangepakt.
De selecteurs gaan er dan vanuit dat je op een soortgelijke manier in de toekomst zult handelen.

Keuze vragen
Bij keuze vragen gaat het erom dat de vragensteller probeert te sturen.

  • gaat uw voorkeur uit naar een binnendienst- of een buitendienstfunctie?
  • bent u bereid te verhuizen of wilt u daar liever nog even over denken?
  • als u moet overwerken, bent u degene die daar wat problemen mee heeft of eerder uw vrouw?

Bij een keuzevraag is er altijd een derde antwoord mogelijk:
Bij de laatste vraag bijvoorbeeld kun je als sollicitant hét antwoord geven. Dat niemand er een probleem van maakt als het overwerk maar binnen redelijke grenzen valt.

Als sollicitant kun je de techniek van keuzevragen ook goed toepassen.
Bijvoorbeeld:
"Vewacht u van uw medewerkers dat ze meedenken in beleid of dat ze alleen maar uitvoeren?"
Je stuurt jouw verwachtingsvraag hier heel duidelijk die richting uit die je zelf wilt. Namelijk een uitspraak over jouw mogelijkheden om over beleidszaken mee te kunnen denken.

Casussen
Een casus is een praktijkvoorbeeld of een verzonnen probleem waar je een oplossing voor moet geven of waar je hardop over moet nadenken tijdens een sollicitatiegesprek.
De selecteur probeert op deze manier een inzicht te krijgen in jouw manier van denken, handelen en oplossen. Casussen gaan meestal over een concreet praktijkprobleem.
Een voorbeeld:
"Stel u voor dat ons bedrijf het vreselijk druk heeft en een goede klant komt met een spoedopdracht. U weet als u die spoedopdracht voorrang geeft, andere klanten gaan klagen. Maar die spoedopdracht is van een klant die in de toekomst wellicht erg grote orders gaat plaatsen. Wat zou u dan doen?"

Een stressgesprek
In een stress gesprek krijg je het idee alsof je onderworpen wordt aan een verhoor. Bedoeld of onbedoeld kun je jezelf door zo'n gesprek uit het lood geslagen voelen.
Zodra je dit door hebt, moet je één ding voor ogen houden:
Laat je zich niet in de verdediging drukken. Raak niet in paniek en maak je antwoorden rustig af. Noteer de opmerkingen die je nog wilt maken als men je onderbreekt.

Soms is het niet eens de bedoeling van de interviewer om je onder druk te zetten, maar is hij zelf gespannen of staat hij onder tijdsdruk. In dit geval helpt het soms om gewoon te zeggen:
"Goh, wat veel vragen tegelijkertijd, is het goed als ik ze even op een rijtje zet en ze dan één voor één beantwoord?"
De toon is hierbij belangrijk, de interviewer mag nooit de indruk krijgen dat jij hem beoordeelt.