Hoogopgeleiden maken zich nauwelijks zorgen over de crisis. 80% wil wel een nieuwe baan. 13% stelt zijn eisen bij.
'Kijk, je moet nu geen consultant willen worden, zoals veel van mijn medestudenten', zegt Niels Veldkamp (27) in een lawaaierig zaaltje op de carrièrebeurs in Utrecht. Maar híj heeft vandaag een paar leuke gesprekjes gevoerd met potentiële werkgevers waar hij zo aan de slag kan. Met bijna twee masters (werktuigbouwkunde en bedrijfskunde) op zak is hij ervan overtuigd snel een baan te vinden, recessie of geen recessie.
De crisis blijft voor veel hoogopgeleiden op afstand, blijkt uit een onderzoek van Intermediair onder 950 werknemers. 64 Procent maakt zich naar eigen zeggen geen zorgen, terwijl toch bijna vier op de tien werknemers denkt dat het bedrijf waar hij werkt dit jaar in de problemen zal komen. Ze staan daarom wel open voor een nieuwe functie: maar liefst tachtig procent kijkt om zich heen, al is slechts 17 procent echt actief op zoek.
Goed salaris wordt belangrijker
Daniëlle Raaf (28) bijvoorbeeld tuurt kritisch naar de wand met vacatures op de carrièrebeurs. Ze werkt bij een farmaceutisch bedrijf. Dat doet ze al zes jaar. Eigenlijk is het tijd een stap te maken: ze is wel uitgeleerd bij haar baas. Ze zou best eens ergens anders willen werken. Daarom loopt ze ook rond op de beurs (en wil ze niet met haar echte naam in het blad: daarvan zou haar huidige werkgever nogal opkijken). Maar, vraagt ze zich af, is het wel verstandig in deze tijd? Niet dat ze zich zorgen maakt, maar toch. 'Moet ik niet gewoon blijven zitten waar ik zit?'
Ook zestig procent van de Intermediair-lezers denkt dat het lastiger wordt een baan te vinden. Niettemin heeft slechts dertien procent zijn eisen aan een baan naar beneden bijgesteld. Al staat ‘goed salaris' weer wel op nummer twee van de belangrijkste voorwaarden waaraan een baan moet voldoen - en daar heeft het lang niet meer gestaan.
Voor wie in een sector zit die echt de gevolgen zal gaan voelen van de crisis, is het zelfs verstandig eens om zich heen te kijken, vindt Henny van der Schraaf, loopbaanbegeleider bij HS&P. Sinds oktober adverteert hij met een crisis-loopbaancheck op zijn website, waarvoor overigens zeer weinig belangstelling is. Niet handig vindt hij dat van de hoogopgeleide werkzoekende. 'Deze tijd vraagt om andere mensen. Crisismanagers bijvoorbeeld. Of innovatoren.
De laatste jaren hebben we bedrijven gehad die mensen aannamen die verantwoordelijk waren voor een verdere groei van het bedrijf. Nu heb je mensen nodig die omzet kunnen behouden. Dat is een ander slag.' Hij vindt dat werknemers moeten kijken naar hun bedrijf en zich moeten voorbereiden op de nieuwe ontwikkeling die dat bedrijf gaat doormaken. 'Welke competenties heb je, welke zou je moeten ontwikkelen? Maar het lijkt erop dat slechts een enkeling in staat is om zover vooruit te kijken.'
Anticiperen op de crisis
Peter Koning (32) is zo iemand (en ook hij wil om begrijpelijke redenen niet met zijn echte naam in het blad). Hij werkt bij een Amerikaans bedrijf dat zwaar wordt getroffen door de crisis. Toch wil hij er eigenlijk niet weg. Maar ja. Hij is ook niet gek. En dus oriënteert hij zich alvast op de arbeidsmarkt. Voor het geval dat. Is zijn netwerk weer up-to-date als hij het nodig heeft.
Maar Koning is een uitzondering. Op de vraag wat mensen bereid zijn te doen om hun baan te behouden, zeggen de respondenten van het Intermediair-onderzoek vooral 'harder werken' en een enkeling zelfs: 'Niets, ik doe al genoeg'.
De actief werkzoekenden lijken zich overigens meer zorgen te maken. 63 Procent van hen zegt bereid te zijn zich om te scholen als hij geen baan vindt. 74 Procent wil desnoods een carrièreswitch maken.
De crisis moet je blijkbaar eerst aan den lijve ondervinden, wil je erop anticiperen.